Moe van het denken.

Moe, ook lichamelijk.

Moe van het voelen of niet voelen.

Moe van de pijn.

 

Nederig leg ik mijn hoofd neer.

Mijn lichaam breekt.

De sluizen van mijn voelen springen open met wel 1000 tranen tot gevolg.

Ik weet niets meer.

Absoluut niets.

 

Ik geef het op om oplossingen te zoeken.

Ik leg mijn hoofd neer.

Ik geef me over.

Ik zoek geen afleiding, geen kort genot.

Ik speel geen verstoppertje met mezelf.

Zelfs dat kan nu niet meer.

Ik doe niets.

Ik wil niets.

Ik zeg niets.

Ik geef me eenvoudigweg over.

Ik geef me over.

 

Soms voelt het alsof het niet erger kan worden.

Soms lijkt ons hoofd het niet meer te kunnen vatten.

Soms is er zoveel angst, verdriet of pijn dat elke weerstand breekt.

Het vechten stopt. Het heeft toch geen zin.

Er rest je niets dan je hoofd neer te leggen.

Er rest je niets dan de sluizen van het voelen te openen.

Opgeslagen spanning vindt een weg naar buiten.

Het stroomt.

Jij blijft.

Je bent. Er hoeft niets meer worden aangevuld.

Je bent reeds vol. Vervuld.

Je zet je recht.

Je staat op.

Je bent.

 

Wanneer we het hoofd neerleggen gaan we van tastbaar, nl. de oplossingen die we met ons hoofd proberen te bedenken, de acties die we met onze wilskracht doen) naar ontastbaar. Je gaat namelijk in overgave en laat alles weer stromen. Hierdoor kan er nieuwe inspiratie komen en krijgt je zelfherstellend vermogen de kans om optimaal aan de slag te gaan voor fysieke, mentale, emotionele en energetische heling.