top of page

Blijven zitten in plaats van vluchten: wat er gebeurt als ik niet wegga van mijn gevoelens.

Bijgewerkt op: 18 sep 2025

Ken je dat? Je hoofd dat maar blijft razen, gedachten die je niet stil krijgt en een gevoel van onmacht dat je overspoelt. Vaak zoeken we dan meteen naar een oplossing: afleiding, een techniek, een manier om het weg te krijgen. Maar soms gebeurt er iets anders wanneer je besluit om niet te vluchten. Wanneer je blijft zitten met wat er is.

In deze blog neem ik je mee in hoe dat er voor mij uitziet en wat er zichtbaar wordt als je gevoelens écht de ruimte geeft.

 


Als je hoofd maar blijft razen…

 

Mijn hoofd raast als een trein.

Ik weet even niet hoe ik het stil moet krijgen.

De toolbox vol ademhalingstechnieken en somatische oefeningen die ik zo goed ken, open ik niet.

Om één of andere reden wil ik het niet. Alsof ik weiger om mezelf te helpen.

Ik ga zitten.

Gedachten komen en gaan.

Ik weet alleen dat ik in mijn hoofd zit.

Hoe is het om in mijn hoofd te zitten?

Tranen wellen op. Ik voel de onmacht.

Ik wil gewoon gelukkig zijn, me goed voelen in mijn vel. In alle eenvoud.

Deze gedachte VOEL ik.

Ik voel ook hoe ik vanbinnen schreeuw.

Ik schreeuw omdat ik weet dat het mogelijk is.

Ik schreeuw omdat ik nu niet weet hoe ik die mogelijkheid voor mezelf kan openen.

  

De eerste reactie is: weg willen. Weg van dit gevoel.

Ik wil een diepe tevredenheid ervaren. Dat wil ik!

En tegelijk: dat is allesbehalve wat ik nu ervaar.

Tevredenheid voelt simpel en onbereikbaar tegelijk.

 

Wat VOEL ik nog?

Ik stel mezelf die vraag zacht. Niet om het antwoord te forceren, maar om binnen te komen bij wat er werkelijk is.

Ik ga een laagje dieper. Ik voel hoe ik nu bereid ben om het echt te voelen.

Om mezelf te ontmoeten zoals het nu voor me is.

Ik blijf HIER.

Ik weet dat elke vorm van afleiding me naar hetzelfde punt zou brengen: HIER.

Ik heb er HIER en NU mee te dealen.

Alles wat ik buiten zoek, is binnenwerk.

Ik merk spanning in mijn schouders.

Mijn adem is kort.

Ik leg een hand op mijn buik en voel hoe mijn adem tegen mijn hand duwt.

Ik kijk. Ik voel. Ik duw niet weg. Ik ga er ook niet in mee.

 

Ik benoem:

Onmacht.

Verdriet.

Vermoeidheid.

Woorden geven vorm aan wat beweegt. Ik ben het niet langer. Ik kan er naar kijken.

Langzaam, bijna onmerkbaar, komt er ruimte.

Een golf piekt en zakt.

Een gedachte drijft voorbij.

Een traan rolt zachtjes van mijn wang.

Mijn adem wordt iets dieper.

Ik blijf HIER. Aanwezig.

 

Langzaam wordt het rustiger in mijn hoofd en in mijn lijf.

Pas nu kan ik voelen wat ik nodig heb.

Een behoefte die ik te lang heb genegeerd.

Soms is het zachtheid. Vandaag is het simpelweg rust.

Soms is het nabijheid, soms ruimte voor mezelf.

Het maakt niet uit wat het is, zolang ik het kan erkennen.

 

Onder de gevoelens ligt altijd iets dat gehoord wil worden.

En door erbij te blijven, kan ik dat eindelijk zien.

 

 


Misschien herken je iets van dit proces in jezelf.

Ik ben benieuwd: wat ontdek jij als je de tijd neemt om echt bij je gevoel te blijven?

 


Oefeningen die jou kunnen helpen:


Zacht landen in je lichaam

  1. Blijf zitten zoals je al zat of ga liggen als dat fijner voelt.

  2. Leg je handen op een plek die op dat moment het meeste om aandacht vraagt: je buik, je hart, je keel, je benen… waar je maar voelt dat je wilt landen.

  3. Adem rustig naar die plek toe. Je hoeft niets te veranderen. Laat je adem gewoon langs je handen bewegen, alsof je jezelf zachtjes draagt.

  4. Fluister of denk een eenvoudige zin die klopt voor jou, bijvoorbeeld:

    • “Het is oké dat ik dit voel.”

    • “Ik ben hier met mijzelf.”

    • “Ik hoef niets te fixen.”

  5. Blijf zo een paar minuten, tot je merkt dat je aandacht iets meer in je lichaam rust, in plaats van in je hoofd.

  6. Wat heb je nu nodig? Wat mag je jezelf nu geven?


Spanning loslaten door beweging

  1. Ga rechtop staan en voel je voeten stevig op de grond.

  2. Schud je armen en handen los, alsof je waterdruppels van je vingers laat vallen. Doe dit een halve minuut en laat de beweging vanzelf groter of kleiner worden.

  3. Voeg je schouders toe: rol ze langzaam naar voren en naar achteren, alsof je iets van je rug laat glijden.

  4. Stamp zachtjes met je voeten op de grond, één voor één, en stel je voor dat spanning via je voetzolen de aarde in zakt.

  5. Sluit af door beide handen op je hart of buik te leggen, je ogen even dicht te doen en één diepe ademhaling te nemen.

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page